Appendix C: Literatuur | Inhoudsopgave | Solidariteitsfonds XminY

Appendix D: Jargon

Het onderwerp datacommunicatie kent zijn eigen jargon. Een deel daarvan is in dit boek gebruikt. Hieronder vind je de uitleg ervan. Het is geen uitputtende opsomming van datacomtermen, slechts een lijst die het lezen van deze publikatie vergemakkelijkt.

Account Letterlijk rekening. Een account bij een bulletinboard of netwerk hebben: bij dat systeem geregistreerd staan als (meestal betalend) gebruiker.

Analoog Vloeiend verlopend. Zie ook digitaal.

ANN Ander Nieuws Netwerk. Progressief georiënteerde Nederlandstalige nieuwsgroepen. Behorend tot Usenet.

ANSI Afkorting van American National Standards Institute. Vaak: de door dit instituut opgestelde codes die een pc gebruikt voor het zichtbaar maken van niet-grafische informatie op het beeldscherm.

APC Association for Progressive Communications, een samenwerkingsverband tussen een aantal progressieve internationale elektronische netwerken. In Nederland vertegenwoordigd door Stichting Antenna.

Archie Elektronische catalogus waarin je kunt opzoeken op welke Internetcomputer een bepaald bestand is te vinden. Er is een Archie beschikbaar op enkele tientallen Internetcomputers.

Area Afdeling binnen een bulletinboard, gewijd aan bepaald onderwerp. Als meer bulletinboards de berichten van een area delen, spreekt men wel van een echogebied of echo-area.

ASCII American Standard Code for Information Interchange, de standaardmanier waarop tekens door computers elektronisch worden weergegeven. Ze geldt alleen voor de letters en tekens zoals deze op een typemachine voorkomen en nog enkele andere tekens. In dit geval spreekt men van lage ASCII-waarden. Voor andere tekens zijn er de hoge ASCII-waarden, waarover computerfabrikanten helaas geen overeenstemming hebben bereikt. Het gevolg is dat verschillende typen computers ze anders interpreteren. Men is bezig met een nieuwe ASCII-standaard die alle (of in elk geval de belangrijkste) tekens van alle talen moet gaan bevatten.

ASCII-tekst Bestand dat slechts bestaat uit tekens met lage ASCII-waarden: met name zonder de verborgen stuurtekens die een tekstverwerker toevoegt voor bijvoorbeeld kantlijnen, pagina-indeling, vet of onderstreept. Helaas hebben ook diacritische tekens (klinkers met accenten en dergelijke) een hoge ASCII-waarde. Bestanden met die tekens worden niettemin ook wel ASCII-tekst genoemd. In e-mail leiden hogere ASCII-waarden op de meeste systemen tot problemen; teksten komen dan verminkt over. Er zijn programma's die een bestand met hoge ASCII-waarden coderen naar louter lage ASCII-waarden en omgekeerd.

Backbone Basisnetwerk van vaste digitale verbindingen met een grote transportcapaciteit.

Bandbreedte De hoeveelheid gegevens die een verbinding tussen twee computers maximaal per seconde kan transporteren (uitgedrukt in kilobits per seconde). Als veel gebruikers tegelijk via dezelfde verbinding data laten vervoeren (vooral als het grote bestanden zijn), ervaar je de bandbreedte doordat de gegevensstroom vertraagt. Dat komt doordat computers de informatie in kleine pakketjes versturen, waarbij alle gebruikers om de beurt een pakketje krijgen. Je moet dus langer op je beurt wachten.

Baud Maat voor de snelheid van een modem. Veel gebruikte, maar verouderde term. Beter is bps, bits per seconde. Formeel is een baud niet gelijk aan een bit per seconde, maar het komt in de buurt.

BBS Afkorting van Bulletinboard System. Elektronisch prikbord waarop bestanden en berichten kunnen worden uitgewisseld. Meestal op een enkele computer.

Berichtengebied 'Gebied' op een bulletinboard waarbinnen je berichten over een bepaald onderwerp vindt.

Besturingssysteem De software die zorgt dat de computer het doet. Bekende besturingssystemen zijn DOS en OS/2 voor pc's en Unix voor vooral grotere computers. Andere software maakt weer gebruik van de mogelijkheden van het besturingssysteem. Vandaar: software 'onder DOS' of 'onder Unix'.

Bit Kleinste hoeveelheid informatie in de digitale wereld. Komt van binary digit: een symbool uit een tweewaardig stelsel. Vaak weergegeven door 0 en 1. Duizend bits heten een kilobit, een miljoen bits een megabit.

Bps Bits per seconde. Maat voor de snelheid van een modem. Een bit is de kleinste hoeveelheid informatie voor een computer. Zeven of acht bits vormen samen een (letter)teken. Gangbaar voor communicatie via een telefoonlijn is tegenwoordig 14.400 (14K4) bps of 28.800 (28K8) bps.

Bulletinboard Zie BBS.

Byte Een reeks van 8 bits waarmee een teken, bijvoorbeeld een letter op het toetsenbord, wordt gerepresenteerd. Als je 8 nullen en enen achter elkaar zet heb je 256 combinatiemogelijkheden, waarmee je dus 256 verschillende tekens kunt representeren. Duizend bytes heten een kilobyte, een miljoen bytes een megabyte.

Capturefile of Logfile Het bestand waarin je computer opslaat wat er tijdens de verbinding met een andere machine over je scherm loopt. Zo kun je berichten nog na het verbreken van de verbinding lezen. Scheelt in verbindingstijd en dus telefoonkosten.

Cd-rom Compact Disc - Read Only Memory. Glimmend schijfje met heel veel computerdata. Een computer kan er geen gegevens opzetten, vandaar Read Only.

Charityware Shareware waarvoor je betaalt door het verrichten van enige arbeid voor een goed doel naar keuze.

Chat Zie IRC en talk.

Client Software die beschikbare diensten op een andere computer aanspreekt. De corresponderende software op de andere machine heet server. Zie daar voor meer uitleg.

Communicatiepoort Bepaald type platte contraplug, meestal aan de achterkant van een computer, bedoeld om randapparatuur (bijvoorbeeld een modem) aan te sluiten.

Communicatieprogramma
Software die je modem bestuurt. Bevat standaard allerlei extra's: minimaal de mogelijkheid zelf een lijst telefoonnummers in te voeren, alle tekst die over je beeldscherm loopt op te slaan, te kiezen uit een scala aan protocols voor up- en downloaden en vensters met hulpinformatie terwijl je bezig bent. Wordt ook wel terminalprogramma genoemd.

Compressie Coderingstruc waardoor bestanden minder ruimte innemen. Scheelt bij het overzenden in telefoonkosten. De bestanden zijn pas weer bruikbaar na decompressie. Gecomprimeerde bestanden herken je aan extensies als .ZIP, .ARC, .ARJ of .LZH, die verwijzen naar veelgebruikte compressieprogramma's. Het meest gebruikte compressieprogramma is PKZIP, vandaar dat men vaak spreekt van 'gezipte' files.

Conference Zie nieuwsgroep. Verschillende netwerken hanteren verschillende namen. Conference wordt onder andere gebruikt op de APC-netten.

CP/M Verouderd besturingssysteem voor personal computers. Dateert uit de jaren zeventig. CP/M moest het onderspit delven tegen DOS.

Cryptografie De techniek van het versleutelen van gegevens. Het versleutelingsproces heet encryptie, ook wel afgekort tot crypto. Encrypten of crypten is versleutelen. Een goed encryptieprogramma is PGP.

Cyber- Voorvoegsel dat gebruikt wordt voor van alles dat met moderne technologie samenhangt. Komt van cybernetica: stuurkunde of regeltechniek.

Cyberpunk 1) Stroming in de sciencefiction, ontstaan begin jaren tachtig en over het algemeen spelend in een niet zo verre toekomst van multinationals, moderne drugs, metropolen, hi-tech en glimmende zonnebrillen. 2) Aan bovenstaande sciencefiction verwante subcultuur, of iemand die daar deel van uitmaakt. Sommige hackers noemen zich cyberpunks.

Cyberspace Alle computernetwerken en bulletinboards samen, die als het ware een ruimte vormen waarin mensen elkaar ontmoeten.

Cypherpunk Van cypher, versleutelen. Subcultuur (of iemand die daar deel van uitmaakt) toegespitst op cryptografie, het verspreiden van encryptiesoftware, het bevorderen van het gebruik daarvan en het bevechten van het recht op privacy door middel van encryptie.

Database Bij elkaar horende verzameling gegevens op een computer, bijvoorbeeld adressen of tijdschriftartikelen.

Datacommunicatie De uitwisseling van gegevens tussen computers.

Dienst Hier vaak: 1) aangeboden mogelijkheid, bijvoorbeeld e-mail of toegang tot een netwerk, 2) aanbieder van dienst als 1). Een dienst kan ook een computerprogramma zijn, bijvoorbeeld Gopher of Archie.

Digitaal Berustend op getallen. Komt van het Latijnse woord voor vinger en verwijst naar een oude manier van tellen. Voorbeelden: een digitaal horloge toont de tijd in getallen. De werking van een digitale computer berust op het werken met getallen. Een digitaal signaal bestaat uit een lange reeks getallen, die een gecodeerde versie kunnen zijn van een analoog (=vloeiend verlopend) signaal.

Discussiegroep Zie nieuwsgroep.

DOS Meest gebruikte besturingssysteem voor pc's. Zie besturingssysteem.

Downloaden Bestand van een andere computer naar je eigen computer kopiëren.

Echogebied of echo-area
Berichtengebied dat verschillende computers of netwerken gemeenschappelijk hebben. De term wordt gebruikt op het Fidonet. Andere netten gebruiken de term conference of nieuwsgroep.

Encryptie Zie onder cryptografie.

E-mail Elektronische post.

FAQ Frequently Asked Questions. Bestand dat veelgestelde vragen over een bepaald onderwerp beantwoordt, vaak vragen die regelmatig zijn verschenen in een nieuwsgroep. Van verschillende systemen op het Internet zijn FAQ's over de meest uiteenlopende onderwerpen op te halen. Een uitgebreide lijst staat op ftp://ftp.nl.net/pub/documents/faq

Fidoprotocol Zie Fidonet en protocol.

Fidonet Naam van bulletinboardnetwerk op pc's (vooral van computerhobbyisten), gebaseerd op de gelijknamige software. Binnen het wereldwijde Fidonet kun je goedkoop elektronische post versturen. Postuitwisseling tussen Fidonet en Internet is mogelijk. Er bestaan ook losstaande bulletinboards en netwerken die draaien op Fidosoftware maar losstaan van het Fidonet.

Fidosoftware Zie onder Fidonet.

Fileserver Computerprogramma op een netwerkcomputer dat ervoor zorgt dat bestanden door andere computers kunnen worden opgehaald. Ook wel: netwerkcomputer die bestanden beschikbaar stelt. Software waarmee andere computers de bestanden ophalen heet clientsoftware. Zie ook server.

Flamen Elektronisch onbeschoft zijn tegen iemand. Bijvoorbeeld iemand uitschelden via e-mail of nieuwsberichten.

Freeware Gratis software.

FTP File Transfer Protocol. Programma voor het transporteren van bestanden tussen Internetmachines.

FTP-archief Archief op een Internetcomputer waaruit je met FTP naar believen kunt downloaden.

Geonet Een commercieel computernetwerk dat onder andere veel gebruikt wordt door groepen uit de arbeidersbeweging.

Gopher Navigatiesysteem op Internet gebaseerd op zich alsmaar vertakkende keuzemenu's. Achter een menuoptie kan een tekst, een menu, een bestand of zelfs een programma (bijvoorbeeld een databaseprogramma) zitten, maar ook een verbinding naar andere Gophers.

GreenNet Netwerk gebruikt door vredesgroepen, milieuorganisaties et cetera. Host in Londen. Lid van de Association for Progressive Communications (APC).

Hacken 1) Creatief, bevlogen en onderzoekend met computers of met techniek in het algemeen bezig zijn. 2) Computers of de beveiliging van software kraken.

Hardware Het tastbare deel van de apparatuur: de doosjes, de elektronica, de kabels et cetera. Zie ook software.

Host(systeem) Letterlijk: gastheer. Centraal systeem waarvan andere machines afhankelijk zijn voor informatie-uitwisseling en dat de toegang tot een netwerk verzorgt. Een hostsysteem kan zelf weer een andere host hebben. Voorbeeld: met je pc thuis bel je de host die je toegang geeft tot Internet.

HTTP Hypertext Transfer Protocol. Het protocol dat zorgt voor het overbrengen van World Wide Web informatie.

Huurlijn Gehuurde telefoonlijn, waardoor je een permanente verbinding tot je beschikking hebt tussen twee punten.

Hypermedia Als hypertekst, maar uitgebreid met stilstaande of bewegende beelden en geluid.

Hypertekst Tekst op een computer of netwerk waarin je door het aanklikken of aanwijzen van bijvoorbeeld een woord of een plaatje andere tekst oproept, die op zijn beurt verwijzingen naar weer andere tekst kan bevatten enzovoort. Enigszins vergelijkbaar met verwijzingen en voetnoten in een boek.

Inbellijn Telefoonlijn naar een computersysteem. Veel bulletinboards hebben meer dan een inbellijn onder hetzelfde telefoonnummer, zodat meer gebruikers tegelijk het systeem kunnen gebruiken.

Inloggen Je 'melden' aan een computer, meestal tijdens contact via modem en eigen computer. Kan zijn via een naam plus password, ook wel als 'gast', 'guest', 'anonymous' of helemaal niks. Na het aanmelden ben je 'ingelogd' en krijg je toegang tot de computer.

Interactief Situatie waarin je voortdurend commando's geeft aan een apparaat en signalen terugkrijgt.

Interface Datgene wat de koppeling tussen verschillende systemen verzorgt. Als die twee systemen een machine en een gebruiker zijn, spreekt men ook wel van gebruikersinterface. Bij computers bestaat de gebruikersinterface over het algemeen uit muis en toetsenbord plus wat je op het beeldscherm ziet. Men spreekt van een grafische interface als de weergave op het beeldscherm niet bestaat uit ASCII-tekens. Meestal zie je dan plaatjes.

Internet Een wereldomspannend netwerk van netwerken, waarbinnen een bepaald communicatieprotocol geldt met de naam TCP/IP. Ook wel: alle computers en netwerken die berichten met Internet in de eerste betekenis kunnen uitwisselen. Internet is het grootste computernetwerk ter wereld.

Internetdienstverlener
Organisatie die toegang levert tot Internet.

IRC Internet Relayed Chat. Soort elektronische babbelbox met veel mensen tegelijk.

ISDN Integrated Services Digital Network. Digitaal netwerk waarbij meer diensten tegelijk via dezelfde draadjes lopen en de communicatiesnelheid (in ideale omstandigheden) hoger is dan via een analoge telefoonverbinding. Over één aansluiting kun je tegelijk praten en heel snel faxen of modemen. Alle signalen zijn digitaal. In principe kan ISDN gerealiseerd worden via de bestaande telefoonaansluitingen.

Killfile Persoonlijk hulpmiddel bij het lezen van conferences/nieuwsgroepen om berichten over bepaalde onderwerpen of van bepaalde afzenders onzichtbaar te maken.

Knooppunt Zie node.

LAN Local Area Network. Een aantal lokaal verbonden computers, meestal voor gebruik binnen één gebouw.

Logfile Zie capturefile. Ook wel: bestand waarin een bepaalde geschiedenis is vastgelegd, bijvoorbeeld wanneer en hoe lang je welke machine gebeld hebt.

Login 1) Het op een systeem als gebruiker geregistreerd staan. 2) De naam waaronder je als gebruiker op een systeem geregistreerd staat.

Lurken Letterlijk: zich schuil houden. Berichten lezen zonder te reageren.

Lynx Clientprogramma op je hostcomputer waarmee je de tekst van World Wide Web kunt zien.

Macintosh Het grafische besturingssysteem voor Macintosh Computers van Apple.

Mailer Programma op je eigen pc dat automatisch de host belt en post en/of nieuws ophaalt. Bekende mailerprogramma's voor Fido zijn FrontDoor, Binkley en Dutchie. Voor de communicatie tussen DOS en Unix wordt Waffle veel gebruikt.

Mailinglist Elektronische verzendlijst. Je stuurt een bericht naar een centraal punt en vandaar wordt het verspreid naar alle abonnees.

Mainframe Zeer grote centrale computer.

Minitel Informatiesysteem in Frankrijk waarbij de gebruiker met een speciaal apparaat met beeldscherm en toetsenbord via een telefoonverbinding informatie kan opvragen en met andere gebruikers kan communiceren. Ingevoerd rond 1980.

Modem Van: modulator/demodulator. Apparaatje tussen computer en (meestal) telefoonlijn dat datacommunicatie via de telefoonverbinding mogelijk maakt door de digitale informatie van de computer om te zetten in (analoge) pieptonen die het telefoonnet begrijpt. En andersom. Daarbij is een communicatieprogramma nodig.

Moderator Beheerder of toezichthouder van nieuwsgroep/conference of area of mailinglist.

Mosaic Programma voor een pc of Macintosh waarmee je die via een SLIP- of PPP-verbinding deel kunt laten uitmaken van Internet. Geeft je onder andere de beschikking over de hypermediamogelijkheden van World Wide Web. Een moderne versie van Mosaic heet NetScape.

Navigatiesysteem Hier meestal: programmatuur die je door een netwerk loodst. Bijvoorbeeld Gopher.

Netiquette 'Hoe hoort het eigenlijk' voor netwerken.

NetScape Zie Mosaic.

Newsgroup Zie nieuwsgroep.

Nieuwsgroep Berichten over een bepaald onderwerp die meestal op verschillende computers of netwerken ter beschikking staan en waarop de lezers kunnen reageren.

NLnet Nederlands netwerk dat onderdeel is van Internet. Levert Internettoegang aan bedrijven, instellingen en particulieren.

Node Letterlijk: knooppunt. Computer die toegang heeft tot een netwerk (meestal via een telefoonverbinding), maar er niet permanent deel van uitmaakt.

Off line Niet (meer) in verbinding met een andere machine.

On line 1) Bij computers: in verbinding staand met een andere machine, ofwel interactief. 2) Bij informatie: ter beschikking staand op een andere machine. 3) Bij personen: op een netwerkcomputer actief. Ook wel: vaste e-mailgebruiker of via e-mail bereikbaar persoon.

Operating System Zie besturingssysteem.

Password Persoonlijke toegangscode tot een computer, netwerk of programma.

PC of pc Personal computer. 1) PC met hoofdletters: de machine die IBM begin jaren tachtig op de markt bracht. 2) pc met kleine letters: een machine die compatibel is met de eerste IBM-PC of de snellere opvolgers. De term wordt dan gebruikt om een onderscheid te maken met bijvoorbeeld de Macintosh van Apple. 3) pc met kleine letters: iedere persoonlijke computer, inclusief de Macintosh. Een betere term is microcomputer.

PeaceNet Netwerk gebruikt door vredesgroepen, milieuorganisaties et cetera. Host in San Francisco. Lid van de Association for Progressive Communications (APC).

PGP Pretty Good Privacy. Populair en goed encryptieprogramma. Freeware.

Phraeken Hacken toegespitst op het telefoonnet, met de nadruk op trucs om gratis te bellen.

Point Computer die regelmatig automatisch informatie uitwisselt met een host. Term uit de Fidowereld.

Pollen Automatisch bellen naar een andere computer en vervolgens gegevens uitwisselen. Het is een van de manieren waarop gegevens over een netwerk van computers worden verzonden. Is ook een van de dingen die een mailerprogramma doet.

Posten Een bericht sturen naar een nieuwsgroep/conference, area of mailinglist.

PPP Point to Point Protocol. Een van de twee manieren om een Internetverbinding te leggen via een gewone telefoonlijn. (De andere methode heet SLIP.) Hierdoor kan een gewone pc deel uitmaken van Internet. Daarbij zijn nog clientprogramma's als Mosaic nodig.

Protocol De manier waarop computers gegevens uitwisselen, bijvoorbeeld in pakketjes van zoveel tekens, met bepaalde methodes om fouten te signaleren. Voor downloaden naar pc's is het snelle zmodem-protocol populair. Computers op het Internet gebruiken onderling allemaal het Internet Protocol (IP). Voordat twee computers bestanden kunnen uitwisselen moet aan beide kanten van de lijn hetzelfde protocol zijn ingesteld.

Public Domain Software
Zie freeware.

Sample Digitaal opgeslagen geluidsfragment.

Server Software op een netwerkcomputer die een dienst verleent. Er zijn bijvoorbeeld fileservers (zie aldaar), die bestanden beschikbaar stellen, of Archieservers, die de Archiedienst verlenen. De corresponderende software op de computer van waaruit de dienst wordt gevraagd heet clientsoftware. Als je bijvoorbeeld op Internet Archie raadpleegt, communiceert de Archieclient van je hostcomputer met de Archieserver op de andere machine. Ook wel: een computer die programma's en bestanden ter beschikking stelt.

Shareware Vrij verspreidbare software. Er moet een meestal klein bedrag betaald worden als je het na een evaluatieperiode blijft gebruiken.

Site Computer binnen een netwerk die er permanent mee verbonden is.

SLIP Serial Line Internet Protocol. Zie verder PPP.

Snail mail Letterlijk: slakkenpost. Omslachtige manier van berichtenuitwisseling waarbij je tekst op papier zet, in een papieren omhulsel voorzien van adresinformatie stopt, waarop je een betalingsbewijs van een bezorgdienst plakt dat je eerder in een speciaal gebouw hebt moeten kopen. Het geheel breng je door weer en wind naar een container enige straten verderop. Iemand van de bezorgdienst leegt de container en via via bereikt het bericht dan na verloop van tijd de geadresseerde of iemand met hetzelfde huisnummer in een andere straat.

Software De programmatuur die de hardware (zie daar) laat functioneren.

Sponzen Veel downloaden van een systeem zonder er veel aan bij te dragen.

Steganografie Techniek om tekst of andere informatie te verstoppen in gedigitaliseerde plaatjes. Is geen crypto maar kan gebruikt worden om gecrypte tekst te verbergen voor spiedende ambtenaren. Programma's onder andere: Stego en het koppel Hide en Seek.

SURFnet Samenwerkende Universitaire Rekencentrum Faciliteiten netwerk. Netwerk van onderwijs- en onderzoeksinstellingen in Nederland. Onderdeel van Internet. Levert sinds kort ook Internettoegang aan bedrijven en instellingen.

Sysop System Operator of systeembeheerder. Beheert en onderhoudt het systeem van een BBS of netwerkcomputer.

Systeembeheerder Zie Sysop.

Talk Commando om rechtstreeks met iemand elders op het Internet te 'praten' middels het toetsenbord. Heet in de BBS wereld 'on line chat'.

TCP/IP Transmission Control Protocol/Internet Protocol. Afspraken over de manier waarop de communicatie binnen Internet plaatsvindt. Het onderdeel IP is vergelijkbaar met de gewone postbestelling: het heeft betrekking op de adressering van berichten en het vaststellen van de routes die ze moeten volgen om van de ene naar de andere machine te gaan. TCP heeft betrekking op de afhandeling van processen tussen twee machines, zoals FTP, Archie et cetera.

Telematica Samenvoeging van telecommunicatie en informatica. Verwerking van digitale informatie waarbij ook telecommunicatie komt kijken.

Telex Oud en duur communicatiesysteem waarbij de verzender tekst intikt en een apparaat bij de ontvanger het na verzending automatisch uittikt. Maakt gebruik van het aparte telexnet.

Telix Een uitstekend communicatieprogramma voor pc's. Shareware.

Telnet Commando om vanuit een computer op Internet direct contact te maken met een computer elders op het Internet.

Terminal Computer of deel ervan (minimaal beeldscherm, toetsenbord en wat aanvullende elektronica), ingericht voor werken aan een andere computer of netwerk.

Terminalprogramma Zie communicatieprogramma.

Thread Letterlijk: draad. Zich meestal vertakkende keten van berichten over hetzelfde onderwerp, waarbij ieder bericht reageert op een voorafgaand bericht (behalve het eerste). Term wordt gebruikt bij nieuwsgroepen, conferences, area's en mailinglists.

Unix Besturingssysteem, in de jaren zestig ontwikkeld voor wat grotere computers. Nu ook beschikbaar voor 386 en hogere pc's. Met Unix kan een computer meerdere taken tegelijk uitvoeren en kunnen meer mensen onafhankelijk van elkaar aan één computer werken. Veel computers op het Internet draaien op Unix.

Uploaden Bestand van je eigen computer naar een andere kopiëren.

URL Universal Resource Locator. Een manier om informatie op het Internet weer te geven. Een URL geeft aan waar een bestand zich bevindt en op welke manier het toegankelijk is (bijvoorbeeld via Gopher of FTP).

Usenet Geen netwerk op zich, maar de verzameling van alle machines die nieuwsgroepen ter beschikking stellen die bekend staan onder de naam Usenetnieuwsgroepen. Niet al deze zogenaamde Usenetsites stellen alle vierduizend Usenetnieuwsgroepen beschikbaar.

Videotex Communicatiestandaard voor een elektronische informatiedienst, eind jaren zeventig in Nederland bekend geraakt door Viditel, waarmee je aanvankelijk via telefoon en speciaal tv-toestel, nu ook via een pc menugestuurd informatie kunt opvragen en soms plaatsen. Ook Girotel werkt via de videotexstandaard.

Viditel Nederlands informatiesysteem, gebaseerd op de videotexstandaard.

Virtueel Lijkend op, de kenmerken vertonend van, denkbeeldig. Voorbeelden: een virtueel beeld is onder andere het beeld dat je ziet door een vergrootglas. Een virtuele organisatie is een organisatie die niet aan een vaste geografische locatie of vaste bestanddelen is gebonden of die alleen bestaat door de contacten in cyberspace. Virtual reality is een op computers gesimuleerde werkelijkheid waarin je je lijkt te bevinden.

Virus Computerprogramma dat zichzelf doorkopieert. Wat het verder doet hangt af van de fantasie en de programmeerkunst van de maker.

Virusscanner Programma dat een computergeheugen doorzoekt op virussen.

Waffle Software voor automatische communicatie tussen Unix- en DOS-computers. Maakt bovendien een elektronisch postkantoor van je eigen pc. Te gebruiken om post automatisch te verdelen over elektronische brievenbussen en off line post en nieuws te lezen en te beantwoorden.

WAIS Wide Area Information Service. Trefwoordenindex op een database op Internet. Je kunt er mee zoeken naar tekstbestanden en andere bestanden. Beschikbaar op honderden computers op Internet. Er bestaan ook WAIS-databases die een opsomming bevatten van beschikbare informatiebronnen op Internet.

Windows Besturingssysteem met een grafische interface, voor IBM-compatibele pc's.

World Wide Web (WWW)
Navigatiesysteem op Internet waarbij je door het aanwijzen van woorden of plaatjes in een document wordt doorverbonden naar een ander document, eventueel op een andere computer op het net. Het is ook mogelijk tekst, grafische informatie en geluid te integreren in WWW. Om van deze multimediamogelijkheden gebruik te maken heb je een clientprogramma op je eigen pc nodig, zoals Mosaic, en een 'live' verbinding met het Internet (SLIP of PPP). Om alleen tekst te zien gebruik je het clientprogramma Lynx op je hostcomputer.

ZTerm Een uitstekend communicatieprogramma voor Apple Macintosh computers. Shareware.