15. Netiquette en de vrijheid van vooroordeel in
het Wilde Westen | Inhoudsopgave | 17. Encryptie en de politiek van de geheime
sleutel
16. Serendipiteit en de veranderde oriëntatie op de wereld
- Voor de kleine, groene lettertjes op je beeldscherm landen, hebben er
selectieprocessen plaatsgevonden. Het begint al met de plaats van vertrek.
Ergens ter wereld zijn ze ingetypt. Er is een grotere kans dat 'ergens' Amerika
of Europa is dan bijvoorbeeld Afrika. Hoewel je ook met de meeste Afrikaanse
landen via e-mail of conferences contact kunt hebben. Er zitten
daar alleen minder mensen voor een beeldscherm. De kans is eveneens groter dat
de intyper een man was dan een vrouw. Soms ook belemmeren machtsverhoudingen in
een land of regio ongestoorde communicatie of toegang tot netwerken. En in
ieder land geldt: de meeste mensen hebben er geen personal computer, laat staan
een modem. Ook lang niet iedere organisatie beschikt erover. Evenmin als
de tv, de radio of de krant 'de hele wereld' tonen, doet
datacommunicatie dat. Het is alleen een waardevolle uitbreiding of een
interessant tegenwicht.
- Een uitbreiding met bijzondere eigenschappen. Het is een interactief
medium. Je kunt over het algemeen reageren op berichten of artikelen. Je kunt
de schrijver/ster persoonlijk benaderen via e-mail of openbaar debatteren. Het
is makkelijker dan iemand zomaar opbellen of in discussie treden met toevallige
voorbijgangers, persoonlijke inbreuken die je niet gauw pleegt. Op een
computernet is dat anders. Er is wat meer afstand, want je reageert in eerste
instantie op een bericht en niet op een persoon. De ontvanger van een reactie
kan die lezen wanneer het hem of haar uitkomt -- of weggooien. Uiteindelijk
ontstaan er soms persoonlijke banden waardoor je delen van het wereldgebeuren
niet meer waarneemt als consument maar als persoonlijk betrokkene.
- Berichten via computernetten kunnen de informatieoligopolies van bestaande
media en de grenzen en hiërarchische niveaus van instituten, bedrijven,
actiegroepen of scenes passeren. Leidende posities kunnen ondermijnd raken en
individuen kunnen zelfstandiger contacten leggen en hun mening bepalen. Sommige
instituten gaan dit tegen door beperkingen op te leggen aan de datacommunicatie
met de buitenwereld.
- Serendipiteit is de toevallige ontmoeting waar iets onverwacht nieuws uit
voortkomt. Kantoorontwerpers bevorderen die met zitjes bij de koffieautomaat.
Door de combinatie van openbaarheid en de mogelijkheid tot persoonlijk contact
leent cyberspace zich uitstekend voor de kunst van het toevallig
ontmoeten. Je kunt gericht op zoek gaan naar verwante zielen, delers van je
belangstellingen, leveranciers van informatie of potentiële geliefden. Of
je zoekt als datazwerver, -reiziger of -toerist het avontuur en ziet wel waar
je uitkomt.
- Mensen met verschillende opvattingen en met verschillende culturen of
maatschappelijke achtergronden komen met elkaar in persoonlijk contact, terwijl
ze elkaar anders nooit ontmoet zouden hebben. Het leidt soms tot eye-opening en
meer begrip, of tot spannende debatten, maar ook cyberspace is geen idylle.
Zoals in een grote stad met haar vele culturen, opvattingen en persoonlijkheden
tref je er ook vreselijke ruzies, ongewenste intimiteiten, voor-de-gek-houderij
en ander onbehoorlijk gedrag aan. Om maar niet te spreken van voor de
gemiddelde lezer oninteressante social talk of gebazel.
- Uit de contacten op netwerken ontstaan netwerkgemeenschappen en, meer dan
vroeger, scenetjes, vriendschappen of sociale bewegingen die niet geografisch
bepaald zijn: mensen die de liefde voor bhangramuziek, Star Trek, erotische
details of wetenschapsfilosofie delen. Mensen die elkaar psychologisch
ondersteunen of helpen een doel te bereiken: vredesactivisten verspreid over
Europa die ex-Joegoslavische dienstweigeraars helpen, vrouwen die elkaar
steunen in een mannenwereld, AIDS-patiënten die zich gesterkt voelen door
lotgenoten, arbeiders op verschillende continenten die staan tegenover dezelfde
multinational en zelfs mensen die elkaar helpen bij het vinden van de juiste
contacten voor bepaalde doelen: "Wie kent er iemand die ...": netwerken via
netwerken (tweemaal werkwoord).
- Ook het tegenovergestelde is mogelijk. Je kunt informatie op het net dumpen
zonder je nog te bekommeren om de doelgroep. Daarbij kunnen contacten verloren
gaan. Organisaties kunnen bijvoorbeeld hun persbericht als bericht voor
iedereen op een net zetten, in de hoop dat bladen die het moeten krijgen
voldoende thuis zijn in datacommunicatie en het wel tegenkomen. Je bereikt zo
ongetwijfeld veel mensen, maar sommige mededelingen hebben nu eenmaal meer
effect als je ze iemand persoonlijk toestuurt.
- Er is geen reden om ten opzichte van tekst op het beeldscherm goedgeloviger
te zijn dan wanneer je een krant leest of met een onbekende in de kroeg
spreekt. Je kunt de tekst vergelijken met andere berichten, checken langs
andere kanalen. Soms is het verstandig eerst een vertrouwensbasis op te bouwen
via persoonlijke ontmoetingen. Vaak krijg je na verloop van tijd een beeld van
de betrouwbaarheid van de afzender.
- Veel maatschappelijke groepen, zoals mensenrechtengroepen, bestaan bij de
gratie van contacten met anderen elders in de wereld, de verspreiding van info.
Die wordt makkelijker. Zolang het gaat om uitwisseling met bestaande contacten
(binnen sociale netwerken of organisaties.) is dat een groot voordeel. Maar bij
algemene oproepen en noodkreten zitten de ontvangers met een probleem. Ze
moeten nog meer dan vroeger selecteren uit een gigantisch wereldwijd aanbod van
mobilisatiethema's, en wel zo scherp dat ze tijd overhouden om de informatie te
verwerken en er ook nog iets mee te doen. Echt in het geweer komen heeft vaak
ook te maken met je persoonlijk aangesproken voelen en/of met de lokale
mogelijkheden. Een lokale solidariteitsgroep kan actiemogelijkheden bieden en
mensen persoonlijk aanspreken die elektronisch niet bereikt worden.
- Zo'n groep helpt de burger deels af van zijn zoek-, selectie- en
verwerkingsprobleem. Ook een blad kan dat doen, door keuzes te maken, de
ontvangen informatie te verwerken tot artikelen, analyses te maken.
Datacommunicatie bewerkstelligt dan nog steeds een andere kijk op de wereld,
maar met een extra tussenlaag die de complexiteit reduceert. Soms is dat een
filter, soms juist een methode om de informatie toegankelijk te maken. Zo'n
intermediaire laag kan ook een informatietipgever zijn door de weg te wijzen
naar de meest bruikbare informatie. Er is zelfs software met deze
functie: ze registreert je belangstellingsprofiel en helpt je bij het zoeken.
- Artikelen en berichten over allerlei onderwerpen worden in netwerkcomputers
bewaard. Geschiedenis en kennis worden vastgelegd èn toegankelijk
gemaakt op een schaal en met een gebruiksgemak die knipseldiensten en papieren
bibliotheken niet kunnen bieden. Er is meer zelfkennis van de wereld mogelijk:
het zal moeilijker zijn de geschiedenis te verdonkeremanen of te vervalsen, er
is meer van het verleden te leren of op te rakelen, er is meer informatie met
elkaar in verband te brengen en er valt meer te ontdekken. Of dit ook zal
gebeuren is een ander verhaal. Veel hangt af van de zin, de tijd en de
vaardigheid om de informatie te zoeken en te verwerken.