Deze jeugdclub is een van de activiteiten waar je en passant tegenaan kunt lopen als begeleidster van datacommunicatieprojecten voor Palestijnen in de door Israël bezette gebieden. Maja van der Velden is voor een paar maanden terug in Nederland, in oktober 1993, en vertelt over haar werk op de Westoever en in de Gazastrook. (Er zal daarna nog heel wat e-mailverkeer tussen het Midden-Oosten en Amsterdam plaatsvinden over dit hoofdstuk. Een aardig praktijkvoorbeeld op zich: zonder dit gemakkelijke contact via computernetwerken zou deze tekst er volslagen anders hebben uitgezien.)
Maja kent het gebied door haar studie Arabische literatuur -- specialisatie: Palestijnse schrijfsters onder de bezetting -- en door regelmatige bezoeken. Kennis van computers en datacommunicatie heeft ze zichzelf eigen gemaakt ("Ik vind het gewoon machtig interessant") door te lezen, te doen en nu en dan de hulp in te roepen van bijvoorbeeld mensen van APS, XS4ALL of Antenna.
Op verschillende manieren is Maja betrokken bij het introduceren van datacommunicatie. Momenteel werkt ze samen met een Palestijnse collega aan een handboek over datacommunicatie en databases in het Arabisch en adviseert en traint ze organisaties in het gebruik van elektronische netwerken. Door de veranderende politieke situatie ontsnappen de Bezette Gebieden eindelijk aan hun isolement. Spoedig zullen Palestijnse universiteiten op het Internet worden aangesloten. Het is te verwachten dat de informatie-uitwisseling tussen Palestina en de rest van de wereld dan snel zal groeien. Maja: "Dat is al die jaren niet mogelijk geweest, want waar haal je de verbinding vandaan? Internet groeit steeds aan doordat mensen een lijntje leggen naar het dichtsbijzijnde knooppunt. En dat is voor de Bezette Gebieden natuurlijk in Israël. De Israëli's hebben het hele telecommunicatienetwerk in handen, er is zelfs geen mogelijkheid om direct naar de Arabische wereld te bellen. Er zijn natuurlijk allerlei servicekantoortjes ontstaan in andere landen, die berichten doorgeven." Zo heeft bijvoorbeeld de in de jaren zeventig gedeporteerde president van de Birzeit Universiteit tot zijn terugkomst in mei 1993 zijn functie uitgeoefend met de hulp van een faxverbinding van Ramallah (Westelijke Jordaanoever) via een tussenstation in Genève naar zijn ballingsoord Amman in Jordanië.
Natuurlijk werd er toch gefaxt vanaf machines waarvoor geen Israëlische vergunning was aangevraagd. Maja: "Als er iets speciaals was gebeurd en mensenrechtenorganisaties schreven een persbericht en wilden dat er zo snel mogelijk uitgooien, dan kon het gebeuren dat op het meeluisterende Israëlische militair hoofdkwartier ter plekke de fax er ook uit kwam rollen. Als die niet zo goed uitkwam, was ineens je telefoonlijn afge-sloten voor die dag. En dan was er nog maar één fax de deur uit! Voor deze communicatieproblemen probeerde de stichting Agenda een oplossing te zoeken." E-mail zou dat kunnen zijn: "In zo'n geval hoef je een bericht maar één keer via datacommunicatie uit te sturen naar een faxlijst en e-maillijst op een netwerk in het buitenland en dan wordt het automatisch doorgestuurd."
Daarnaast verwachtten ze van een toekomstige oplossing voor de Palestijnse kwestie dat bepaalde groeperingen in de Palestijnse maatschappij zich vrij zouden kunnen organiseren en toegang zouden krijgen tot bepaalde communicatiekanalen, en andere niet. "De Palestijnse politieke groeperingen, zowel rechts als links in het politieke spectrum, zijn in de eerste plaats nationalistisch", legt Maja uit. "Dat kleurt sterk hun ideologische opvattingen en partijpolitieke structuren. Dit, tezamen met de Isralische bezetting, heeft ertoe geleid dat democratische organisatiestructuren niet of nauwelijks tot ontwikkeling zijn gekomen." De stichting Agenda vreesde dat dit zou kunnen leiden tot een strikte controle van Palestijnse media door een toekomstig Palestijns bestuur -- niet geheel ten onrechte, naar later zou blijken. Die ontwikkeling wilde ze voor zijn, door een communicatienetwerk op te zetten dat nadrukkelijk publiek toegankelijk zou zijn. "Zodat, als er wat gaat gebeuren, mensen de kennis en de toegang hebben om politiek actief te blijven, om ook hùn meningen en hùn rapporten eruit te krijgen en zich te organiseren."
Palestijnse informatieproducerende organisaties, vooral mensenrechtengroepen en onderzoeksinstituten, reageerden positief, toen hun het plan voor een publiek net werd voorgelegd. De volgende stap was het verwerven van goedkeuring door de verschillende lokale politieke partijen, links en rechts. Ook dat lukte, zij het niet zonder moeite; de verhoudingen tussen de verschillende stromingen liggen nogal gevoelig. Maja: "Je kùnt daar niet zeggen: ik ben bang dat één partij het gaat controleren, zulke dingen worden niet hardop gezegd. Je moet echt de politieke situatie daar begrijpen om dit soort dingen te kunnen doen." Zoniet, dan loop je een groot risico onderdeel te worden van een politieke strijd, zonder het zelf te beseffen. Dit is zeker belangrijk in een maatschappij die door bezetting en grote politieke en klassetegenstellingen volkomen gefactionaliseerd is, wat de onderlinge samenwerking soms erg bemoeilijkt. Maja: "Door te bena-drukken dat het netwerk voor iedereen en van iedereen was, hoopte ik te voorkomen dat iedere groepering haar eigen netwerk zou willen hebben, waardoor het idee achter elektronische netwerken: informatie delen en uitwisselen, verloren zou gaan."
Ook de veiligheid kwam aan de orde. Het kostte soms enige tijd om duidelijk te maken dat deze hightech-communicatie wel degelijk is af te tappen. Zelfs voor gecrypte communicatie durft Maja haar hand niet in het vuur te steken. "Voor sommige mensen was het echt een teleurstelling. Niet omdat ze zich met staatsgevaarlijke activiteiten bezighouden. Maar ze hebben na al die jaren van bezetting helemaal geen controle meer over hun eigen leven. Altijd heeft er iemand over hun schouder meegekeken." Ook de onderlinge partijverhoudingen speelden een rol. "Mensen wilden precies weten wie wat leest op een lokaal netwerk met een lokale computer. Ik kwam er pas na een paar workshops achter dat ze het meelezen van de Israëli's toch wel verwachtten, maar dat het punt vooral was dat de ene politieke partij niet wilde dat de andere politieke partij zou weten ..." Voor haar betekende het opnieuw voorzichtig manoeuvreren langs politieke gevoeligheden.
Deel van het Barakaproject is het trainen van Palestijnse organisaties in het gebruik van de softwareprogramma's en het centrale systeem. In de eerste trainingsronde zitten alle mensenrechtenorganisaties. Maja: "Die moeten straks zelf het recht op communicatie gaan beschermen -- dat is het idee daarachter." Naast deze trainingen leidt ze iemand op om later het netwerkbeheer over te nemen; het systeem moet onafhankelijk van haar kunnen voortbestaan. Ook financieel moet het zelfvoorzienend worden. Maja: "Ik ben bang dat zo'n netwerk gemanipuleerd kan worden, zogauw het afhankelijk wordt van bepaalde geldstromen, die ook politiek gebruikt kunnen worden. De gebruikers bezitten het en zij betalen ervoor, en dat is het. Je hebt op zo'n manier de minste rompslomp en de minste administratieve handelingen en je hoeft niet allerlei verantwoording af te leggen."
Het netwerk draait sinds eind januari 1994. Technisch gezien is het een groot succes en er komen iedere dag nieuwe gebruikers en gebruiksters bij. Tot nu toe heeft Baraka geen enkel probleem ondervonden van de Israëlische autoriteiten en ook de gebruikers en gebruiksters kunnen zonder problemen hun modems gebruiken. Het lijkt erop dat de Israëlische vergunningen voor Palestijnse faxen (die mensen trouwens weigerden aan te vragen) niet worden gecontroleerd en ook over modems wordt nog steeds niet moeilijk gedaan. Maar wie weet. In Jordanië moet je enorm veel geld betalen om een vergunning voor een modem of faxmachine te krijgen. Zo'n situatie is in de Palestijnse gebieden natuurlijk ook mogelijk in de toekomst.
Het grootste probleem blijft het opzetten van een organisatorische en legale structuur voor het netwerk. Het idee was dat het netwerk het bezit zou worden van alle gebruikers en gebruiksters. Het gevoel dat Baraka in niet-gouvernementele handen moet blijven is heel sterk, maar hoe dit te vertalen in een werkzame structuur is een lang en moeilijk proces. Als dit niet tot een goed einde komt, zou het kunnen betekenen dat Baraka ermee stopt. Maar dit zal zeker niet het einde zijn van het Palestijnse datacommunicatieavontuur. Er zijn nu al bijna honderd gebruiksters en gebruikers (je herkent ze aan het adres ...@baraka.gn.apc.org) en hun ervaring met Baraka zal niet verloren gaan.
Baraka is dus niet de plek geworden waar Palestijnen met elkaar de huidige situatie bediscussiëren. Nu er nog maar één dagblad over is (de andere zijn door Arafat of vanwege geldgebrek gesloten), waardoor de berichtgeving heel eenzijdig is geworden, had Baraka een deel van de openbare meningsvorming kunnen overnemen. Een andere reden dat dat niet is gebeurd, heeft eveneens te maken met Baraka zelf. Er is sinds april geen mogelijkheid voor nieuwe of onervaren gebruikers en gebruiksters om advies en hulp te krijgen voor het gebruik van Baraka. De oorzaak is nogal knullig: vergeten de telefoonrekening voor de spraakverbinding te betalen en na afsluiten door de Israëlische PTT het er maar bij gelaten, waarschijnlijk omdat er toch nooit iemand in het Barakakantoor was.
Als gevolg van bovenstaande problemen zijn verschillende organisaties afgehaakt, terwijl de meeste nieuwe gebruikers (ja, alleen mannelijke vorm hier) vooral individuen zijn die toch al iets met computers doen. Toch is er ontwikkeling: Baraka is nu geregistreerd als een 'non-profit company' in Jeruzalem en sinds enkele weken zijn twee vrijwilligers beschikbaar voor ondersteuning van gebruikers en systeemonderhoud.
Met de nieuwe politieke situatie is ook de financiële hulp aan de Bezette Gebieden op gang gekomen. Verschillende internationale organisaties hebben interesse getoond in het financieren van een Internetverbinding met de Palestijnse universiteiten. Het UNDP, United Nations Development Programme, heeft momenteel een Internetverbinding met een Israëlische universiteit. UNDP zal een verbinding met de Birzeit Universiteit aanleggen, zodat deze als eerste Palestijnse universiteit op het Internet aanwezig zal zijn. Een andere Palestijnse universiteit is bezig met Franse en Britse financiers voor een Internetverbinding. Jammer is echter dat samenwerking tussen de verschillende groepen niet echt plaatsvindt. UNDP maakt zich graag 'onmisbaar', dus negeert het lokale initiatieven, om zodoende een centrale rol te kunnen spelen. In plaats van Baraka een Internetverbinding te geven, waardoor het niet meer via een dure internationale telefoonverbinding contact hoeft te leggen met de GreenNetcomputer in Londen, biedt UNDP slechts individuele mogelijkheden om in te bellen via zijn systeem.